De geschiedenis van Vollersgracht 1a t/m d
Het perceel waarop dit pand staat vormt heel lang een geheel met het perceel van Oude Vest 109, 109a en 109b. Op 6 augustus 1615 koopt Jan Adam Brouwer uit Rijssel (Lille, Noord Frankrijk) zes percelen: Ze beslaan de huidige panden van Oude Vest 109, 109a en 109b, alsmede drie percelen achter nummer 109. Behalve de genoemde zes kavels, koopt hij ook nog het huis aan de Volmolengracht, dat direct achter zijn terrein ligt. Het lijkt erop dat dit staat op de plek van het huidige pand Vollersgracht 1-1d.
Jan Adam gebruikt zijn terrein voor de bouw van een brouwerij, met als naam ’t Paaert en de Vijer Harten’. De brouwerij beslaat waarschijnlijk de huidige nummers Oude Vest 109a en 109b en het hele terrein tot aan de Zakpoort, inclusief het huis aan de Volmolengracht. Het huidige nummer 109 wordt woonhuis. Op de kaart van C. Hagen 1675 is de brouwerij duidelijk te zien.
Jan Adam overlijdt op 5 juli 1649. De eigendom van het huis en de brouwerij gaat over op zijn weduwe Barabara Daussy. Op 12 februari 1654 verkoopt zij de ‘Brouwerij vande Vier Harten’ met complete inboedel en het woonhuis aan de Oude Vest aan Jan Cornelisz van Rhijn. Het huis aan de Volmolengracht wordt niet in de koopakte genoemd, maar het gaat wel degelijk over op de volgende eigenaar. Tot in de 19e eeuw blijft het steeds in handen van de eigenaars van de brouwerij. Uit latere bronnen blijkt dat het pand officieel verheeld is aan de overige percelen en geheel geïntegreerd in de brouwerij.Jan Cornelisz. van Rijn, zoon van Cornelis Jansz. van Rhijn is op 7 oktober 1651 getrouwd met Eufemia Gael, eveneens geboren te Leiden en zelf dochter van een brouwer. Jan Cornelisz. van Rijn zet de brouwerij voort maar onder een andere naam. Vanaf 1 april 1654 heet hij ‘De klimmende Leeuwen’.
Jan Cornelisz. van Rijn overlijdt op 25 oktober 1670. Zijn weduwe erft het huis en de brouwerij. Eufemia Gael blijft niet aan de Oude Vest wonen. De brouwerij heeft ze waarschijnlijk verpacht en het huis verhuurd. Ze overlijdt rond 1678.
De kinderen van Eufemia Gael houden hun erfgoed nog enige tijd aan. Op 16 december 1678 wordt op het huis en de brouwerij een hypotheek genomen, waarschijnlijk om de nog openstaande schulden te voldoen. Op 18 juli 1681 wordt het huis met de brouwerij bij akte van scheiding toegedeeld aan Jacobus van Es, echtgenoot van Magteld van Rijn, een van de kinderen.Jacobus van Es is Leidenaar van geboorte en op 20 februari 1677 getrouwd met Magteld van Rijn. De naam van de brouwerij verandert hij in ‘De Halve Maen’. Jacobus van Es overlijdt in mei van het jaar 1710.
Weduwe Magteld wordt samen met haar kinderen eigenaar van de brouwerij. De naam van de brouwerij wordt weer veranderd. Vanaf 1712 wordt melding gemaakt van brouwerij ‘De Olifant’. Nicolaas van Es, een van de zoons wordt bedrijfsleider. Hij moet op dat moment rond de dertig zijn. Magteld van Rijn overlijdt in oktober 1724.
De kinderen van Magteld van Rijn blijven korte tijd gezamenlijk eigenaar van de brouwerij. In de akte van scheiding van 7 februari 1726 staan genoemd: Johanna van Es, Jan van Es, Maria van Es, Nicolaes van Es en Theresia van Es. De brouwerij wordt toebedeeld aan Nicolaes.Nicolaas van Es trouwt op 9 december 1745 in Amsterdam met Cornelia Kool, afkomstig uit Amsterdam. Hij overlijdt in april 1753. Cornelia Kool, zijn weduwe en erfgenaam overlijdt in april 1760.
Cornelia Kool heeft de brouwerij belast met schulden achtergelaten. Het duurt twaalf jaar voordat de curator de brouwerij de Olifant verkoopt. De schulden kunnen uit de opbrengst niet volledig worden voldaan. Op 23 juni 1772 wordt de brouwerij overgedragen aan de Deken en Hooftlieden van het Brouwersgilde. Tegelijk worden uit de boedel twee huizen in de Zaksteeg verkocht aan een zekere Jacobus van Alkemade.Leiden voert in tegenstelling tot andere steden geen actief beleid om brouwerijen te ondersteunen. Gedurende de hele 17e en 18e eeuw klagen brouwers steen en been over het gebrek aan steun en de belemmerende maatregelen van het stadsbestuur. Aan het eind van de 18e eeuw is er geen brouwerij meer over. De overname door het brouwersgilde moet een laatste krampachtige poging zijn geweest om nog iets te redden.
In 1795 wordt Nederland door de Fransen bezet. Een van de maatregelen van de Fransen is het opheffen van de gilden. Zo wordt volgens de ideologie van de Franse revolutie de verkokerde economie doorbroken. De goederen van de gilden worden verbeurd verklaard.
Op 23 juni 1801 wordt het huis en erf van overheidswege verkocht aan Reinier Brouckhuizen Jacobsz. In de verkoopakte wordt niet meer gesproken van een brouwerij. Waarschijnlijk is daar geen ondernemer meer voor te vinden en dat zal het stadsbestuur ertoe gebracht hebben om de brouwerij te verbouwen tot woonhuis. De huidige nummers Oude Vest 109, 109a en 109b vormen dan één huis. Op de kadastrale kaart van 1815 is achter het woonhuis geen bebouwing meer aangegeven. Het lijkt erop dat bij de verbouwing het grootste gedeelte van de brouwerij is afgebroken. Achter het verbouwde pand ligt nu een grote tuin die tot de Zakpoort reikt.
Reinier Brouckhuizen Jacobsz. verkoopt het huis samen met ‘het huis aan de Volmolensteeg’ (=Vollersgracht) op 23 december 1809 aan Ds. Roelof Schouwenburg, regent van het Weeshuis te Leiden. Dit ‘het huis aan de Volmolensteeg’, waar al eerder melding van werd gemaakt, schijnt deel te hebben uitgemaakt van de brouwerij. Vermoedelijk is dit het huis dat op de kaart van C. Hagen staat getekend, westelijk van de brouwerij. Kennelijk is dit op 1809 nog niet gesloopt. Op de kadastrale kaart van 1815 is het niet meer te zien.
Aangenomen mag worden dat het perceel achter Oude Vest 109 nog wel werd begrensd door een tuinmuur en het ligt voor de hand om te veronderstellen dat de muren van de voormalige brouwerij als omheining hebben gediend.
Het huis op de hoek van de Oude Vest komt rond 1864 in handen van Abraham Verhoog (geboren 13-08-1841). Hij splitst het in drie wooneenheden: 109, 109a en 109b. Zelf bewoont hij nummer 109. Abraham Verhoog is aannemer en hij bouwt waarschijnlijk de werkplaats (zie fotoserie) op de plek van het huidige Vollersgracht 1-1d, ten behoeve van zijn bedrijf. Op de kaart van Van Campen van 1879 is er nog een tuin getekend achter Oude vest 109, 109a en 109b. De bouw dateert dus hoogstwaarschijnlijk van na 1879.
De rommelige structuur van dit bouwwerk geeft alle reden om te veronderstellen dat Verhoog gebruik maakte van de muren die er nog stonden, d.w.z. de voormalige gevels van de brouwerij. Het gebouw van de brouwerij is op die manier min of meer intact gebleven tot in de jaren zestig van de 20e eeuw. Zoon Pieter Jacobus Verhoog (geb. 17-12-1872) trouwt rond 1896 met Jannetje Colpa. Hij is eveneens aannemer. In 1909 erft hij van zijn vader o.a. Oude Vest 109b en de ‘daarachter gelegen werkplaats met erf aan de Voldersgracht’. In datzelfde jaar betrekt hij de woning Oude Vest 109b. Hij overlijdt op 23-08-1936. Bij de dood van zijn vrouw Jannetje Colpa op 12 februari 1953, is de eigendom van Oude Vest 109b en Vollersgracht 1-1d nog in een hand.
Zeer waarschijnlijk wordt de werkplaats kort na het overlijden van Jannetje Colpa verkocht. In 1954 wordt er een bouwplan ingediend. Op de begane grond kwamen garages en daarboven kwam opslagruimte (zie fotoserie). Deze wordt gebruikt voor het opslaan van inboedels. Bij deze verbouwing is het volume van het gebouw niet veranderd. Wel is de vloer van de eerste verdieping verlaagd. De kapconstructie is waarschijnlijk in tact gebleven. Dit verklaart dat er op dit gebouw oud-Hollandse pannen liggen.
In 1968 dient J.F. Lafeber, Zijldijk 6, Leiderdorp, een bouwplan in tot wijziging van het pand. Voor zover mij bekend is hij samen met zijn broer eigenaar. De bovenetage wordt geschikt gemaakt voor kamerbewoning. Het gebouw verandert opnieuw van uiterlijk en het krijgt zijn huidige gedaante. De eerste bewoonsters zijn verpleegsters. Van een van de studentes die daar begin jaren tachtig woonde, hoor ik begin jaren tachtig dat de ze aan de eigenaar had moeten vertellen dat ze verpleegster was omdat ze er anders niet in kwam.
Op de begane grond zitten garages die allemaal afzonderlijk worden verhuurd. De gebroeders Lafeber heb ik enkele keer ontmoet. Ze waren toen al hoog bejaard. Het pand wordt in de tweede helft van de jaren tachtig verkocht.